Creatief denken over de Market Roadmap
Na een weekend waarin we een aantal interviews hebben afgenomen, zijn we vandaag begonnen met het maken van onze market roadmap voor de krantenwereld. Zoals in een eerdere blogpost is te lezen, is er al een marktanalyse gemaakt waar een zestal leeftijdscategorieën zijn samengesteld. Per leeftijdscategorie is er een opsplitsing gemaakt in:
- man of vrouw
- laag- of hoogopgeleid
Om een beeld te krijgen, wat de (nieuws)behoeften zijn en welk medium hiervoor worden gebruikt, zijn wij de afgelopen dagen bezig geweest met het houden van interviews. Vandaag gingen wij – in groepsverband – de interviews uitwerken, om een concreet beeld te krijgen van de behoeften per leeftijdscategorie. Dit is gedaan in zowel de huidige situatie (2009), als de toekomstige behoefte (2020). Om het concrete beeld van deze specifieke doelgroepen vast te leggen, is er gebruik gemaakt van de creatieve methode die Eefje Ernst in een eerdere workshop heeft uitgelegd. De empathy map.
De empathy map, geeft inzicht in de volgende vier kwadranten:
- think and feel
- hear
- do and say
- see
Elke groep heeft een empathy map gemaakt van de huidige behoeften en de toekomstige behoeften. Elke groep had een andere aanpak om de empathy map in te richten. Sommige teams deden dit met woorden (op post-its) en andere teams met tekeningen. Wat duidelijk te merken was, was dat iedereen heel creatief bezig was om de behoeften om te zetten in de verschillende kwadranten (think & feel, hear, do & say en see), om erachter te komen wat de werkelijke behoeften zijn van de verschillende leeftijdscategorieën.
Onder elke empathy map is er ook gekeken naar de ‘pains’ en ‘gains’ van de leeftijdscategorieën. Met de pains worden de fears, frustrations en obstacles bedoeld van elke leeftijdcategorie en met gains bedoelen wij de wants/needs, measures of success en obstacles. De empathy map geeft niet alleen de (huidige en toekomstige) behoeften van de leeftijdscategorie weer, maar ook angsten/frustraties van veranderingen in de technologische media en de toekomstige behoeften van de leeftijdscategorie weer. Door deze empathy map te visualiseren geeft het een creatief en duidelijk beeld weer wat elk generatie wilt.
Daarnaast heeft elk groep zich ook bezig gehouden met het omgevingsanalyse van de generatie waar zij mee bezig waren. Hiervoor heeft iedereen gebruik gemaakt van de DESTEP-model.
DESTEP staat voor:
- Demografisch
- Economisch
- Sociaal-Cultureel
- Technologisch
- Ecologisch
- Politiek/Juridisch
Ook bij de toepassing van deze tool is er gekeken naar de toekomstige DESTEP-ontwikkelingen die wij denken die van toepassing zijn voor deze specifieke leeftijdcategorieën. Hierin hebben we veel mogelijk toekomstige trends meegenomen, wat alleen relevant is voor de huidige situatie.
Morgen zal de Technology en Market Roadmap worden toegevoegd als een geheel. Hierin zal er duidelijk worden welke (nieuws)behoeften elke leeftijdcategorie heeft en wat voor technologie al wel of niet beschikbaar is (of wanneer deze beschikbaar komt). Om de nieuwsbeleving van elke generatie te bevredigen.
Odessa Cheng
Conferentie: Innovatie in de Pers
Naar aanleiding van de persinnovatie is er door het stimuleringsfonds voor de pers een conferentie georganiseerd. Hierin hebben verschillende bedrijven en onderzoekers hun (eerste) resultaten en bevindingen over de kansen en mogelijkheden met betrekking tot persinnovatie gepresenteerd.
Minister Plasterk heeft de conferentie geopend met een korte toespraak, hier is naar voren gekomen dat er sprake is van langetermijntrends. Men wil niet meer betalen voor het nieuws van gisteren, dit komt mede door het aanbod van nieuwe ‘gratis’ technologieën. Door deze nieuwe technologieën is de advertentiemarkt sterk dalende. In combinatie met de crisis en het dalend aantal lezers kan dit dodelijk zijn voor de krantenindustrie. De innovatie komt niet of slecht van de grond door geldtekort, terwijl innovatie kan zorgen voor het aanboren van nieuwe segmenten en/ of het behouden van de huidige klant. Innovatie hoeft niet alleen op nieuwe technologieën van toepassing te zijn maar er moet vooral ook gekeken worden naar innovatie op het gebied van de huidige technologie.
Distributie maakt op dit moment een groot deel uit een van de kosten, op maat gemaakte abonnementen zijn door deze logistieke beperkingen nog niet mogelijk. Een buurt of regiodrukker zou hiervoor een mogelijkheid tot innovatie kunnen zijn, in plaats van het centraal drukken.
Minister Plasterk benadrukt in zijn toespraak dat de media zowel de interne als de externe vergrijzing moet aanpakken. Doordat bij bedrijven voornamelijk het ‘last-in-first-out-principe’ hanteren, zijn het de jonge afgestudeerden (journalisten) die op de arbeidsmarkt geen kans hebben. Hierdoor blijft de gemiddelde leeftijd binnen de mediabedrijven stijgen, terwijl het straks de jongere generatie is die de krant moet gaan kopen en moet gaan leiden.
Minister Plasterk: ‘Het doel van de journalistiek is het produceren van kwalitatief nieuws, en daarin is de gedrukte pers de ruggengraat’.
De keynote speaker was professor Robert Picard, een Amerikaanse media-econoom adviseur op het gebied van pers, media en mediabeleid. Volgens professor Picard zijn geld en techniek niet het probleem. De media praat te veel over hoe ze hun omzet gaan behalen, maar te weinig over hoe ze interne veranderingen in gaan voeren en hoe ze willen gaan innoveren. Het geld komt vanzelf als - zowel interne als externe - veranderingen zullen worden ingevoerd. Loop niet achter anderen aan, maar ga zelf innoveren. Het lanceren van een nieuw product schijnt niet in de aard te zitten van de mediacultuur. De traditionele manier van denken en doen heeft nog steeds de overhand. De organisatie zelf is het probleem van de afnemende oplage, niet de beperkingen aan geld of technologie. De uitgevers moeten nieuwe media (internet) niet zien als bedreiging maar als kans. De gemiddelde uitgave aan R&D door bedrijven is 3% in de EU, in de mediawereld ligt dit op 0,3%.
Het aanboren van nieuwe markten werkt voor innovatie het beste en de overheid moet hier een belangrijke rol in gaan spelen. Het hoofddoel van de overheid zou het stimuleren en opzetten van het innovatiebeleid moeten zijn. Wij moeten helpen om te veranderen, niet om te overleven. Zoals professor Picard mooi verwoordde ‘If we are not moving, we are dead!‘. Naast innovatie moet er ook worden samengewerkt tussen het bedrijfsleven en onderwijsinstellingen. Er wordt naast elkaar geleefd, niet met elkaar. In de toekomst moet dit veranderen, wil de krant overleven.
Aan het einde van de toespraak van professor Picard, liet hij weten verbaast te zijn over het feit dat innoveren in Nederland grof gezegd schaalverkleining inhoudt.
De voorzitter Wim Noomen, heeft streng moeten toezien op de tijd die sprekers hadden om hun praatje te houden. Dit bleek voor sommige sprekers lastiger dan voor andere. Verschillende pilot projecten werden gepresenteerd, met de bevindingen en de resultaten die tot nu toe zijn behaald. Bij deze presentaties zaten een paar goede concepten, de mindere concepten waren veelal een kopie van de papieren krant naar de digitale wereld. Het klakkeloos overnemen van bestaande succesvolle concepten, hoeft geen gegarandeerd succes te zijn voor anderen.
Media is momenteel een hot item en dit zal zich voorlopig nog wel even voortzetten. Hoe het gaat aflopen met de papieren krant weet niemand zeker, slechts speculaties doen de ronde. Naar mijn mening zou het afsterven van de papieren krant een zonde zijn, het heeft iets vertrouwds over zich. Voor de generaties die na ons zullen komen zal de vertrouwde krant geen toegevoegde waarde meer hebben, wat kan leiden tot het einde van de papieren krant…
Manon Helmus
Klik hier voor de video's en presentaties van alle sprekers.
Marktanalyse
Om te weten hoe men in 2020 het nieuws vergaart, is het van belang nu al een marktanalyse te doen. Daarom gaan wij een aantal interviews houden (in totaal 140 interviews) in een zestal categorieën.
De eerste categorie is opgesplitst in twee delen, namelijk het deel 2 tot 8 jarigen en 9 tot 17 jarigen. Nu zal waarschijnlijk meteen de vraag zijn, waarom 2 tot 8 jarigen? Wat heeft deze groep te maken met het vergaren van nieuws, daar zijn ze toch nog veel te jong voor? Dat klopt, maar over tien jaar is deze deelcategorie 12 tot 18 jaar oud, een leeftijd waarop men begint met het volgen van nieuws. Daarom is deze deelcategorie dus wel belangrijk om te betrekken in het onderzoek. Het tweede deel van deze categorie (9 tot 17 jarigen) is over tien jaar 19 tot 27 jaar, een leeftijd waarop zij hun studie afronden (of afgerond hebben) en aan het werk gaan. Als de categorie 2 tot 17 jarigen niet zou worden meegenomen in het onderzoek, zal niet duidelijk worden hoe zij over tien jaar het nieuws beleven en ontvangen. Oftewel; er is dan een onduidelijk beeld in welke richting de krantenwereld zal moeten investeren om deze groep in de toekomst aan te spreken.
Het onderzoek hecht verder een grote waarde aan de drie daarop volgende categorieën, namelijk:
- 18 tot 25 jarigen (studenten/ starters)
- 26 tot 35 jarigen(werkenden)
- 36 tot 50 jarigen (werkende ouders)
Wij zijn van mening, dat over tien jaar deze drie categorieën nog in staat zijn om te switchen naar een andere manier van nieuwsvergaring en nieuwsbeleving. Zoals de vooruitzichten momenteel zijn, zal de manier van nieuwsvergaring en nieuwsbeleving de komende jaren veranderen.
De volgende twee categorieën worden ook meegenomen in het onderzoek:
- 51 tot 65 jaar (oud werkenden)
- 66 jaar en ouder (gepensioneerden)
Van deze doelgroep wordt verwacht dat zij meer moeite en last zullen ondervinden, mocht de nieuwsvergaring en nieuwsbeleving veranderen de komende tien jaar. Echter, is deze groep nu een belangrijke groep afnemers van de papieren krant en moet daarom toch worden meegenomen, ondanks dat deze categorieën door het natuurlijk verloop langzaamaan zullen afnemen.
Deze categorieën zijn verder nog opgesplitst in mannen en vrouwen en opleidingsniveau (MBO / geen vervolgopleiding en HBO / WO).
Binnenkort zullen wij hier de enquête plaatsen, zodat u deze kan invullen. Houd nieuwsbeleving.nl dus goed in de gaten...
Sebastiaan Sanders
Business Model Generation
Het feestweekend mag dan weer voorbij zijn en de nepbaard ligt weliswaar weer een jaar in de kast, boven de kranten pakken zich nog steeds hardnekkige wolken samen. Uit de berichtgeving in de gratis ochtendkrant blijkt dat er uit sommige waardeketens in krantenland wederom een aantal redactieleden wegge-leand worden. Vandaar dat er ook vanochtend weer een drom slaperige studenten de jacht opende op innovatie – en koffie. Nieuw gezicht in het met post-its behangen lokaal was Patrick van der Pijl, oprichter van Business Models Inc. en producer van het geniale boek Business Model Generation. Ook Jille Sol van Business Models Inc. leverde raad en assistentie tijdens het verloop van de workshop.
Met zo’n lead-in is het niet verwonderlijk dat wij vandaag inderdaad aan de slag gingen met businessmodellen. Het was – zoals verwacht – the whole package. Voorgeschiedenis en speelveld werden met verve uit de doeken gedaan en toen was het tijd om zelf in actie te komen. Terwijl onder de studenten een enthousiaste discussie werd aangezwengeld over de omgeving van en trends voor de krant, werden de bevindingen door Patrick zelf meteen weergegeven in een sprekend model. Een veelheid aan kleur en vorm werd hierbij schijnbaar zonder enig probleem tevoorschijn getoverd en zorgde voor duidelijkheid en richting.
De impact van deze visueel gerichte aanpak is gevoelsmatig zeer groot en sluit goed aan bij de creatieve oefeningen van de afgelopen week. Patrick van der Pijl gaf aan dat hierin een voordeel ten opzichte van traditionele werkmethoden ligt. En inderdaad, welke organisatie wil zich in tijden van acute pijn de moeite troosten een onderzoeksbureau te selecteren om vervolgens een gortdroog onderzoeksrapport op tafel te krijgen? Meestal scant men in dergelijke gevallen snel de managementsamenvatting en wordt de rest aan de huisstofmijt overgelaten. Een visueel vormgegeven idee van een product, dienst of businessmodel daarentegen maakt bij een probleemhebber een levende indruk; het geeft vlot een indruk van de hele situatie en heeft ontegenzeggelijk een sterke “wow-factor”.
Na de omgevingsanalyse kreeg iedere groep de beschikking over een business model canvas waar wij vervolgens het businessmodel van het Parool op mochten uitdelen. Het bleek een flinke kluif, aangezien weinigen van ons deze krant ooit in hun handen hadden gehad. Toch gingen wij wel degelijk goed bewapend van start; de resultaten van de voorgaande weken boden een goede basis om op te bouwen.
Deze actieve sessie leidde uiteindelijk tot de realisatie dat het Parool (en daarmee wellicht de krantenwereld in het algemeen) in feite een multi sided platform heeft – meerdere verschillende klantengroepen zoals adverteerders en lezers moeten door de organisatie bediend en benut worden.
Hoewel er eerst nog een aantal andere zaken in de workshop aan bod mogen komen eer het opstellen van concrete businessmodellen plaats kan vinden was het zeer waardevol om alvast op een dergelijk stimulerende manier aan de slag te gaan. De turbulentie van de huidige zakelijke wereld biedt een groot aantal variabelen waarmee wij als ontwerpers rekening zullen moeten houden – de boodschap van Patrick in deze was om ons daarom niet te beperken tot één model. Nee, beter is het om meerdere modellen op de wereld te zetten; hierdoor ontstaat een getrouwer beeld van de mogelijkheden en worden eventuele parels niet voortijdig afgestoten.
Morgen wordt de draad van analyseren, onderbouwen en uitwerken overigens weer stevig opgepakt – die parels waar ik zojuist over schreef moeten wij natuurlijk wèl opduiken.
Koen van den Berg
Zonder bizarre ideeën geen innovaties..
Nadat we gister van een welverdiende ‘rustdag’ mochten genieten, gingen we vanochtend samen met Eefje Ernst fris van start. Meteen viel ze met de deur in huis: de huiswerk opdracht!
Een paar dagen terug hebben wij de opdracht gekregen om mensen te interviewen met de vraag via welk medium zij het nieuws vergaren en met welke reden zij dat via dat medium doen. Aan de hand van deze interviews werden 4 type lezers uitgekozen. Er volgde 4 verschillende afbeeldingen, een zo geheten 'Empathy Map' met daarin plaatjes die de persoon moest karakteriseren op 4 gebieden:
- think & feel
- see
- say & do
- hear
In groepen van 4 zijn we de 'creatieve vrijdagmiddag' begonnen. Zoeken, knippen en plakken. Dit was de manier om onze creatieve geest wat op te warmen en zo een beter inzicht te kunnen krijgen in de type lezers.

Een van de 4 type lezers die wij behandeld hebben: Marc 56 jaar. Leest het FD, zakenman, houdt van spelletjes en is Family Guy... ziet u het ook?
Onze creatieve geest was inmiddels goed opgewarmd en we konden doorgaan met de Brain Drawing. Verdeeld in groepen gingen we door en kregen we onderstaand voor ons neus:
Met een van de 4 type lezers in je achterhoofd moesten we gaan bedenken hoe hij of zij in 2010, 2015 en 2020 het nieuws zou ervaren en met welke verschillende mediums en technieken dit zou gebeuren. Dit alles weergegeven met tekeningen. Na ruim een uur te hebben getekend en per persoon zo een 36 tekening verder ontstonden er langzamerhand de meest briljante maar ook bizarre ideeën. Maar zoals Eefje in het begin van de workshop had gezegd: ‘zonder bizarre ideeën geen innovaties’. Dus we waren goed op weg. De ontstane creativiteit uitte zich in gelach maar ook in discussies binnen de groepen.
Alle ideeën werden per groep gecategoriseerd en daaruit moesten per groep twee uitgewerkte ideeën komen. Het was leuk om te ervaren dat het samenvoegen van in het eerste opzicht twee bizarre ideeën toch kunnen leiden tot een ‘product van de toekomst’.
Hieronder een aantal van de uitgewerkte ideeën:
Vandaag was weer een heel gave ervaring om zonder concreet op te leveren product zo je creatieve geest te laten werken en vooral te laten gaan.
Tom de Beer












